In de rustige Abeelstraat van Kattem, waar de tijd soms leek stil te staan, was er een plek die voor velen het hart van het dorp was: Café Adèle. Het café was als een tweede huis voor de bewoners, een plek waar verhalen werden gedeeld, waar het gelach van vrienden aanstekelijk werkte en waar de pinten met zorg getapt werden. Het was één van de 26 cafés die tussen 1945 en 2001 het dorpsbeeld bepaalden. Elke deur die openging, iedere lach die weerklonk, leek het ritme van het dorp te versterken.
Café Adèle, gelegen recht tegenover de kerk, was een plek die met hart en ziel werd gerund door Adele. Ze was een vrouw van kracht, van doorzettingsvermogen, en ze had altijd een glimlach voor iedereen die haar café binnenstapte. Het was niet alleen het café dat mensen aantrok, maar ook haar aanwezigheid. Als een soort moederfiguur had ze altijd tijd voor een praatje, een luisterend oor of een warm gebaar. Haar café was een plek van verbinding, waar elke dorpsbewoner zich welkom voelde, ongeacht hun achtergrond of het seizoen.
Dit was het “laatste dorpscafé” van Kattem, misschien is het dan ook niet verwonderlijk dat het een plaats was die een symbiose vormde van alles wat een café moet en kan zijn.
In dit huis werden vriendschapsbanden voor het leven gesmeed, talloze kaartspelen beslecht, bakschietingen gewonnen en verloren, perfecte scores op de vogelpik gegooid.
Er werd hangend aan tapkast geloerd naar het ideale moment om de offerande mee te maken, zonder een slokje bier te missen. Er werden Keizers gekroond, zij het dan door de vinkeniersbond, en grote en kleine wereldproblemen kregen er talloze oplossingen, de ene nog hallucinanter dan de andere.
En dit alles onder het waakzame oog van de cafébazin. Zij zorgde er op een diplomatische, sociale manier voor dat haar pappenheimers een huiskamer vonden die ze soms zelf niet hadden. Zo had ze een aparte prijskaart voor degenen die het wat moeilijker hadden, kreeg je niet 1 maar 2 stukken chocolade, en ging er niemand die het eigenlijk wel goed bedoelde, maar getroffen werd door tegenslag, met honger of dorst naar huis. Café Adele werd op die manier een begrip, maar eigenlijk vooral, Adele zelf.
Jaren gingen voorbij, maar het café bleef een constante in het veranderende landschap van Kattem. Toch, hoe krachtig Adèle ook was, de tijd bleef niet stilstaan. In de vroege jaren 2000, toen de wereld buiten het dorp steeds sneller veranderde, begon de gezondheid van Adèle haar parten te spelen. Ze vocht een stille strijd tegen een aanslepende ziekte, maar haar liefde voor het café hield haar nog altijd rechtop. Ze bleef open, dag na dag, om haar stamgasten te ontvangen en haar stekje in het hart van Kattem te behouden.
Maar op een dag, in 2001, kwam het onvermijdelijke. Adèle moest haar geliefde café sluiten. Het was een afscheid dat haar zwaar viel, maar ze wist dat haar gezondheid haar niet langer in staat stelde om het café te runnen zoals ze altijd had gedaan. Haar laatste dag in Café Adèle was ingetogen, met slechts een handvol stamgasten die haar kwamen groeten. De laatste ronde werd getapt, de lichten gingen uit, en de deur viel voor de laatste keer dicht.
De leegte die volgde, was voelbaar. Het café had niet alleen de drank geserveerd, maar ook een stukje gemeenschap geboden. Kattem, ooit rijk aan 26 cafés, moest afscheid nemen van een stukje geschiedenis. En terwijl de jaren verstreken, zouden de verhalen over de dagen in Café Adèle nooit helemaal verdwijnen. Het was meer dan een café; het was een symbool van alles wat het dorp had gevormd: de warmte, de nabijheid, en de kracht van gemeenschappen die samen door dik en dun gingen.
En hoewel het café zelf niet meer bestond, leefde de herinnering aan Adèle en haar café voort in de harten van de mensen die ooit haar gasten waren. Ze stierf op 12 januari 2011 in het WZC te Pamel.